De Begaafde had zich niet verroerd, zat nog altijd doodstil achter zijn piano en Genesis begon te denken dat ze beter weg was gegaan, zodat ze hem niet had kunnen storen tijdens het muziekspel. Toen draaide Duvall zich plots naar haar toe en zijn ogen stonden onmogelijk droevig, haast alsof het lied dat hij had gespeeld een levend iets was geworden, weerspiegeld in zijn blik.

'Dus je komt me bezoeken?'

Genesis slikte, vond haar stem uiteindelijk. 'Ja, even.'

Duvalls lippen krulden een klein beetje omhoog. 'Ik had geen bezoek verwacht. Als je de Helers en de soldaten niet meetelt.'

'Het was gewoon om me ervan te verzekeren dat u echt nog leefde,' mompelde Genesis snel. 'Ik ben zo weer weg.'

Duvall zuchtte. 'Altijd u hè?'

'Ja, mijnheer.'

'Je mag me aanspreken met je,' zei hij zuchtend, 'als je dat wilt.'

Genesis schudde snel haar hoofd. Dat zou te persoonlijk zijn, dat mocht gewoon niet. Ze had al teveel contact met deze man, meer dan de andere leerlingen en dat was niet echt haar bedoeling geweest. 'Hoe voelt u zich?'

Duvall rekte zich uit en Genesis zag spieren opbollen in zijn bovenarmen. Zijn slanke lichaam kronkelde zich lening als een kat, maar hij vertrok wel even zijn gezicht van de opkomende pijn en zuchtte diep. 'Niet zoals zou moeten zijn.'

'De wond was groot.'

'En vergiftigd.' Duvall lachte kort en bitter, zijn ogen donker. 'Wat natuurlijk wel te verwachten was. Hij zou me alleen in verzwakte toestand het hoofd hebben kunnen bieden in een man op man gevecht. Het sap van de Achormotis. Een uiterst giftige plant. Gelukkig alleen dodelijk als het gif lang in de bloedban heeft gezeten en dat was bij mij nog niet het geval.'

Genesis was verbijsterd. 'Het is laf om iemand te vergiftigen,' zei ze ontsteld. 'Dat is tegen de regels.'

'Je zal merken dat in de oorlog vele regels wegvallen,' antwoordde Duvall gekweld en hij keek even weg, zijn groene ogen plots donker als de nacht. Genesis huiverde. 'Dat weet ik niet, nog niet,' mompelde ze snel.

Duvall zweeg even. 'Nee, dat weet je nog niet.'

Genesis bekeek hem twijfelend en keek toe hoe hij opstond. Zijn gezicht was akelig bleker, nog witter dan anders, maar zijn tred was soepel toen hij naar een ebbenhouten kast liep en daaruit een donker hemd haalde. Moeizaam liet hij het over zijn lichaam glijden en verborg daarmee het verband en zijn strakke buik. 'Je weet wat je moet weten,' zei hij. 'Dus wat doe je hier nog, Genesis?'

Ze schrok op. 'Ik wilde u bedanken.'

Hij fronste, oprecht verbaast. 'Waarvoor? Ik ben diegene die jou moet bedanken voor het redden van mijn leven. Al is het mijne niets waard, wat de mensen ook mogen denken.'

'Voor het teken van moed dat u mij hebt gegeven,' zei Genesis zacht. 'Het is heel gul van u.'

'Aha.' Duvall bekeek haar, zijn ogen gleden over haar lichaam, leken haar te doorboren en zijn lippen krulden lichtjes omhoog. 'Het staat je goed. Draag het op je uniform, Genesis. Het is niet zomaar een gift, maar ook een status die je waardigheid geeft.'

Ze boog haar hoofd. 'Natuurlijk, mijnheer.'

Duvall leek een beetje onwennig met wat hij nu moest doen of zeggen. Hij verplaatste zich naar de woonkamer en haalde een fles Vlamwijn tevoorschijn. Met een snelle beweging vulde hij een glas met de donkere vloeistof en keek Genesis kort aan. 'Wil jij ook?'

'Nee, bedankt,' zei zij. 'Ik drink niet vaak of veel.'

Hij keek peinzend naar de vloeistof. 'Dat verandert wel wanneer je vecht in het leger,' mompelde hij meer tegen zichzelf dan tegen haar. 'Alcohol is een goede therapie.' Hij kapte het halve glas naar achteren, de ring aan zijn hand glinsterden in het zonlicht toen hij zijn mond afveegde.

Genesis stond er ongemakkelijk op te kijken. 'U zei me dat u me moest beschermen,' begon ze zacht, 'maar ik snap niet waarom. Ik ben niet anders dan de andere.'

Duvalls vingers omklemden het glas steviger. Ze zag zijn knokkels wit wegtrekken en hij ademde snerpend in en uit, alsof ademen hem plots moeite koste. Genesis schrok ervan en staarde de man aan.

'Dát houd ik voor mezelf,' antwoordde hij zwaar ademend en het verleden flitste voorbij in het groen van zijn ogen. Zijn stem klonk scherp als een mes en Genesis deinsde onbewust achteruit, gevangen door het verdriet en de pijn die van hem afstraalde. 'Het spijt me, heer.'

'Noem me geen heer!' snauwde Duvall plots. 'Ga nu, Genesis. En dat is een bevel.'

Vol ongeloof keek ze naar de jongeman die net nog vriendelijk met haar had gesproken, maar nu overschaduwd leek door leed en angst. De donkere schaduwen onder zijn oogkassen waarschuwden haar voor zijn pijn en Genesis schoot naar de deur, haar hart bonkte wild tegen haar borst.

Ze boog in de deuropening. 'Mijn excuses, mijn heer.'

Duvall keek haar aan. Kort en triest. 'Nee, mijn excuses, Genesis. De mijne.'

Toen liep hij weer naar zijn piano en terwijl Genesis nog even bleef staan, hoorde ze hem hem huilen, vermengd met de noten van de muziek.

---

Speciaal omdat ik de 5000 volgers heb gehaald krijgen jullie nu al een hoofdstukje. Bedankt allemaal. Dit is door jullie en ik ben zo blij nu! Echt waar, bedankt! 

(Ik zal tot woensdag waarschijnlijk niet updaten wegens een uitwisselingsstudente uit Wallonië, tenzij ik vandaag nog een hoofdstuk kan schrijven).

Wat denken jullie trouwens dat er met Duvall is na zijn woedende reactie en het huilen?^^


NOX - De BegaafdenWaar verhalen leven. Ontdek nu