Hoofdstuk 9

1.5K 95 16

De woning van haar vaders tante ligt bijna midden in het centrum. Een halve cirkel van aan elkaar geschakelde huizen met veel glas. Elk huis oogt toch beschut vanwege de vele bomen en planten die inkijk belemmeren. Ze hebben de grote hoofdweg, die kriskras door de stad waaiert, verlaten en parkeren op een ruime parkeerplaats een eindje verderop. Met haar tas stevig tegen zich aangeklemd, volgt Kessia haar vader naar het huis. Hij weet precies waar hij moet zijn. Hoe vaak is hij hier al geweest? Bij de tante waar zij niets vanaf wist?

Ze hoeven niet aan te bellen, wanneer ze voorbij het raam lopen naar de deur, staat hun gastvrouw meteen op.

"Joseph, wat goed om je weer te zien. En je hebt eindelijk een keer je dochter meegenomen. Daar ben ik blij mee."

Wat Kessia ook had verwacht van de vrouw, dit was het niet. Haar vader is al ruim in de vijftig, een tante van hem zag ze dan ook voor zich als een oud mensje. De vrouw die in de deuropening staat en hen zo vrolijk begroet, is alles behalve oud. Ze heeft heel lang haar, bijna net zo lang als dat van haarzelf en er is nog geen spatje grijs in te zien. Heel even heeft Kessia het gevoel dat ze in een spiegel kijkt, die de toekomst toont.

"Kessiana, welkom. Kom binnen, ik ben Alexandra."

Verbaasd kijkt ze even om naar haar vader.

Die lacht: "Ja, je bent vernoemd naar haar, dat klopt. Ga maar naar binnen, dan zullen we je alles vertellen."

De wanden van de hal zijn geverfd in een diepblauw. De deur van glas toont een waar palet aan kleuren en wanneer ze de woonkamer binnenstapt, moet ze even knipperen. De meubels zijn voornamelijk wit, maar verder is alles gekleurd. Eén wand is zonnig geel, die daarnaast lichtblauw. Twee rode lampen hangen daartegenaan en lijken op grote bloemen en ervoor staat de witte bank, waarop bonte kussens liggen. Een blik op de keuken toont een waar schilderspalet en ze is dan ook niet verbaasd een ezel te zien staan in de hoek van de kamer. Het schilderij dat erop staat is schitterend en met open mond staart ze naar de bergen die er levensecht uitzien.

Haar vaders tante is een kunstenaar.

"Jullie zullen wel honger hebben, na jullie lange reis. Ik heb al het een en ander klaargemaakt. Eet maar," ze wijst naar de keukentafel, die vol staat met lekkernijen, "dan vertel in ondertussen mijn verhaal."

Dankbaar neemt Kessia plaats aan de tafel en vult haar bord. Al kauwend luistert ze.

"Je vraagt je vast af hoe iemand, zo jong als ik, je vaders tante kan zijn?"

Met haar mond vol, knikt ze.

"Ik ben de jongste dochter van jouw vaders oma. Haar oudste dochter is jouw oma. Ik werd geboren nadat mijn zus dus al een kind had gekregen. Mijn moeder overleed kort nadat ik was geboren en eigenlijk ben ik door mijn zus opgevoed. We woonden vlakbij de bossen van Het Schild in het noorden en konden dus de verwoesting van de branden ontlopen. Mijn vader stierf kort na het uitbreken van de eerste brand, van ouderdom, uitputting, schok, waarschijnlijk alles tegelijk en mijn zus, jouw oma, en haar gezin, stierven jaren later, door de ziekte. Jouw vader en ik waren in die tijd aan het trekken door Canada."

Haar snelle blik in de richting van haar vader, ontgaat haar niet en Kessia trekt haar wenkbrauwen op.

"Ze is op de hoogte, Lexa, je kunt het vertellen."

Verbazing is af te lezen op Alexandra's gezicht. "Je hebt het haar verteld? Dat is gevaarlijk, Joseph."

"Het was ook niet de bedoeling, maar ze vond de lading. Ze heeft ze zelfs beschermd tegen een inval."

"De politie kwam bij jullie?"

Kessia kijkt geïnteresseerd naar het heen en weer gesprek tussen haar vader en zijn jonge tante. Zou hij vertellen hoe het haar schuld was? Maar nee, zo is haar vader niet. Beschaamd stopt ze, iets minder enthousiast, een volgende hap in haar mond. Ze kan het zichzelf nog niet helemaal vergeven dat ze zo dom is geweest.

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!