Hoofdstuk 7

1.4K 85 19


Ze heeft de lamp weer aangezet. Bang om de plaats van de scheur kwijt te raken is ze niet, de berg boeken markeert netjes de plek waar ze moet zijn. Na een kwartier de longen uit haar lijf te hebben geschreeuwd, is ze maar gaan zitten. Er komt heus wel iemand naar haar zoeken over niet al teveel tijd en dan is het een kwestie van tien minuten heen en tien minuten terug lopen voor een touw en hijsen maar.

De tas met haakwerk weegt niet veel, maar toch voelt ze na een poosje het gewicht branden in haar schouder. Ze kan net zo goed gaan lezen terwijl ze wacht. Het gevaar van de politie is geweken. Tenzij ze nog iets anders hebben ontdekt, natuurlijk.

Haar hartslag, die net een normaal tempo had bereikt, slaat weer op hol, wanneer ze bedenkt dat haar vader wel kan zijn meegenomen op verdenking van aansluiting bij de rebellen. Oh nee, dan weet niemand meer waar ze kan zijn. Haar moeder kent de ronde grot niet, niet precies in elk geval, en ze betwijfelt of Ife het uit zichzelf kan vinden.

"Niet in paniek raken, nu", spreekt ze zichzelf streng toe. Uiteindelijk zal iemand haar echt wel vinden.

De lucht is muf, zo diep in de aarde, maar gelukkig is er zuurstof genoeg voor haar. Ze trekt voorzichtig haar boek uit de tas en slaat het open. Dit keer heeft ze onthouden op welke bladzijde ze was.

"Adwyon? Ben je daar?" Zou hij ook wel eens slapen?

Ik ben hier, nog wat spannends beleefd?

Van alle vragen die hij kan stellen. Ze trekt een gek gezicht en antwoord: "Ik ben door een scheur in de grond gevallen en zit nu in het duister te wachten tot iemand me komt redden, telt dat mee?"

Het blijft even stil.

Je maakt een grapje, toch?

"Nee, niet echt."

Wat? Hoe krijg je dat nou weer voor elkaar? Door een scheur gevallen? Hoe lang zit je er al? Hij klinkt zowaar bezorgd.

"Niet zo heel lang, ze komen me zo heus wel zoeken. Er kwam politie, je weet wel, die de verboden boeken zoeken, dus ik moest heel snel alle boeken door de scheur douwen. Toen ik wilde kijken of ik ze kon zien, viel ik er zelf in. Niet heel diep, gelukkig. Blijkbaar is hier een grote open ruimte, maar ik kan niet bij het plafond."

Het zo hardop zeggen, maakt het veel minder spannend dan het is. Ze kan er bijna om lachen. Bijna.

Je hebt niet verteld dat je zo onhandig bent.

"Hé, ik heb net de hele nederzetting gered van de verdenking en mijn vader waarschijnlijk van de dood. Ik verdien wel een beetje waardering, ja."

Sorry, h-

"En daarnaast weet je helemaal niet of ik onhandig ben, ik ben toevallig helemaal niet onhandig. Juist heel handig. Dit was gewoon een stom ongeluk en ook nog eens veroorzaakt door dit stomme boek."

Boos klapt ze het dicht en smijt ze het weg. Oh, crap. Waar is het nou? Op handen en knieën kruipt ze naar voren. Gelukkig, daar is het. Ze klemt het boek tegen zich aan en haalt even diep adem voordat ze het weer openslaat.

Kessia? Luister, het spijt me, oké? Ik wilde je niet boos maken. Je zit in een vervelende situatie en ik kan je nergens mee helpen, dat is best frustrerend.

Hij klinkt inderdaad gefrustreerd en op de een of andere manier kalmeert dat haar. Haar keel is droog, wanneer was de laatste keer dat ze iets gedronken had? Nog niet zo heel erg lang geleden, maar door het schreeuwen en de stoffige lucht, klinkt haar stem zelfs schor.

Heb je al geroepen? Gebeld? Niet heel toevallig telepathisch?

Ze grinnikt. "Op deze wereld niet helaas, bij jullie wel?"

Bewaard Lees dit verhaal GRATIS!