Hoofdstuk 1: terugkeren

723 51 3

Ik kijk een laatste keer in de spiegel. Mijn haar is volledig blond en het ziet er futloos uit door het gebrek aan vast en voldoende voedsel. Ik ben extreem veel afgevallen. Mijn hoekige beenderen steken uit en mijn gezicht is grijs en ingevallen. In het ziekenhuis hebben ze me van alles gegeven om me terug wat gewicht bij te brengen maar veel effect heeft het niet. Na het nieuws over Chanel is mijn eetlust weggeëbd. Daarbij komt nog dat mijn maag zo al de grootte van een noot had gekregen in de arena.

De afgelopen dagen wou ik enkel Chanel zien. En mam, want haar heb ik ook niet meer gezien na de eerste dag dat ik wakker werd. Maar dat mocht niet. Ik moest eerst verzorgd worden, uitrusten en gezond worden. Dan pas kon ik mijn beste vriendin bezoeken die zelfmoord heeft proberen plegen door mij. De doktoren waren vrij vaag over de situatie en dat beangstigde me nog al. 

Ik lig hier al dagen, alleen met mijn gedachten en de vaste verpleegster die nu en dan komt checken of alles nog in orde is. Peeta komt ook af en toe langs maar veel zeggen we niet. Slapen lukt al vanaf dag één niet meer. Ik heb zo'n vreemd gevoel in mijn brein dat ik lichtjes gek begin te worden. Zodra ik mijn ogen sluit zie ik beelden uit de arena die ik het liefst zo ver mogelijk weg zou willen duwen. Beelden van Miller's verminkte gezicht, de gekwelde stem van Chanel, Jamie die levenloos naar de grond zakt. Ik word elke nacht minstens twee keer schreeuwend wakker. in het begin kwamen daar ook steeds tranen aan te pas maar het lijkt wel alsof die voorraad stilaan op aan het geraken is. Er zijn geen tranen meer. Zelfs de angst lijkt weg te ebben. Het enige wat over blijft is het emotieloze, dove omhulsel van de Mischa die ik ooit was. 

Ze geven me hier continu slaappillen maar ik weiger ze te nemen. Ik vertrouw hen niet, ik vertrouw niemand meer. Na wat er tijdens de laatste spelen gebeurt is, wie kan ik nog vertrouwen? Ik wil hier gewoon weg. Ik heb al honderden ontsnappingsplannen in mijn hoofd opgesteld maar de ene lijkt nog onmogelijker en onnozeler dan de andere. Ik denk dat ik echt wel gek aan het worden ben. Ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen, wat ik moet geloven.

Dagen lang lig ik hier. Voldoende tijd dus om te piekeren over wat er nu zo fout is. Waarom is mijn moeder er niet? Waarom willen ze me niets vertellen over de situatie in Panem. Waarom is alles zo verschrikkelijk geheimzinnig?

'Misha we vertrekken', zegt Peeta en ik draai me om. Hij Is hier al een half uur en het enige wat hij heeft gedaan is me begroet en uit het raam gestaard. Ik merk dat er weer iets mis is. Het is gewoon dat gevoel dat de laatste tijd dagelijks terugkomt. Ik raak er ooit wel gewend aan. Net zoals ik gewend ben geraakt aan het feit dat niets ooit nog goed zal komen.

Peeta is opvallend stil geworden de laatste dagen. Hij was nooit echt een man van veel woorden, allesinds niet tegen mij, maar hij heeft de afgelopen drie dagen bijna geen woord uitgebracht. We hebben het gehad over mijn tijd in de arena de eerste paar dagen maar toen we daarover uitgepraat waren werd het volkomen stil. Het viel me zeker op dat hij zo weinig sprak over thuis. Opnieuw een teken van dat pijnlijke besef dat er iets mis is. Hoe kan ik hen vertrouwen als ze me niets vertellen? Daarom ben ik ook gestopt met vragen stellen. Ik krijg toch geen antwoord. Ik vind het op zich beter zo. Ik zwijg, hij zwijgt en stilaan kwijn ik weg tot er misschien ooit nog eens iets zal gebeuren. Tot ik hier eindelijk weg mag. Ik wil gewoon met rust gelaten worden.

Ik neem mijn jas van de bank en de tas met kleding en andere spulletjes die mam voor me had meegenomen de eerste dag.

Ik weet niet echt wat ik moet verwachten als ik terug in het Capitool kom. Zal iedereen voor me juichen zoals we dat deden bij de normale hongerspelen? Zal er een groot feest zijn ter ere van mij? En het interview? Daar heb ik gisteren een hoop over gepiekerd. Mijn nagels zijn volledig afgekloven en ook al verhinderen de nachtmerries mijn slaap, de honderden gedachtes houden me elk moment van de dag wakker.

Hoe zal ik Caesar ooit nog in de ogen kunnen kijken? De ogen die altijd vrolijk stonden. Met zijn gekleurde haren en glinstering in zijn ogen. De glinstering die hij verloor toen zijn zoon werd opgeroepen bij de boete. De glinstering die hij verloor toen ik zijn zoon vermoorde. Hoe kan ik hem ooit nog aankijken?

'Kom dan', zegt Peeta en ik schrik op. Ik merk dat ik in het midden van de gang sta. Gewoon voor me uit te staren. Ik knik en volg hem.

Ik word overal aangestaard. De meeste mensen in het ziekenhuis leggen hun werk neer om me gewoon aan te kijken. De meesten kijken geschokt. Sommige met schrik en andere met afschuw. Die laatste twee had ik eerder niet verwacht.

'Dat is het meisje van de spelen, pap', zegt een jongetje aan de andere kant van de hal. Ik stop en zie hoe zijn vingertje naar me wijst. Ze zijn uit één van de districten, dat zie je zo. De vader duwt hem een deur in en ik kijk verbaast. 'Dat zijn slechte mensen, ze moeten allemaal weg', zegt hij en ik schrik. 'W-w-wat be-bedoelt h-hij?' stamel ik en trek aan Peeta's mouw. 'Niks Misha, loop maar gewoon door', zegt hij en duwt me in mijn onderrug.

Waarom verteld hij me niets? 

The Capitol Games 2Waar verhalen leven. Ontdek nu