Hoofdstuk 8

7.5K 593 129

Ik wacht hier al een uur.

Een uur voor de dichte deur van het dierenasiel.

In de regen. Terwijl ik het elk moment kan begeven van de kou.

Ik heb ook werkelijk geen idee waarom ik blijf wachten.

Misschien omdat een deel in mij nog steeds niet wilt geloven dat hij een arrogante klootzak is en me gewoon laat zitten.

De zoveelste auto rijdt voorbij, en weer zit Brandon er niet in.

Ik schuivel van links naar rechts en als de kou mij teveel word ga ik op de zeiknatte stoeprand zitten.

BZZ

Brandon:
Het spijt me dat ik zo laat ben, ik kom er nu aan.

Brandon:
Lucy wou dat ik hielp met haar schoenen of zo iets.

Brandon:
Sorry, verkeerde woordkeuze.. Ik kom er nu aan.

Die drie berichtjes breken mijn hart. Telkens als ik ze lees word er weer een stukje van mijn hart afgebrokkeleld en op de grond gesmeten.

Natuurlijk gaat Lucy voor. Zij zal altijd voor gaan. Want zij is zijn verloofde. Niet ik.

Ik sta uiteindelijk op en loop richting mijn auto die verder op geparkeerd staat.
Ik heb al een kostbaar uurtje van mijn tijd aan hem besteed, meer zal hij niet krijgen.
Hij heeft me gewoon laten zitten. Ookal komt hij er nu aan. Hij kon eerder komen, of die Lucy sneller helpen met besluiten waar ze die heksen poten van haar inpropt.

Ik grom gefrustreerd als ik mijn sleutels niet kan vinden. Alles gaat mis. Ik laat me tegen de autodeur naar beneden zakken.

Ik heb geen idee aan wat ik dit verdient heb. Ik was, correctie ben, gewoon verliefd. Verliefd op een arrogante klootzak. Een arrogante klootzak die wel mijn droom man is. Maar ook een arrogante klootzak die mijn droom man is terwijl hij verloofd is.

Een paar tranen rollen over mijn wang. Hij is verloofd. En er is niks wat ik er ooit tegen zou kunnen doen. Want hij houdt niet van mij zoals ik van hem houd. Ik weet niet eens of hij nog wel een ietsie pietsie klein beetje van me houdt. Of of hij gevoel heeft. Dat weet ik ook niet. En ik denk dat ik daar ook nooit achter zal komen.

Ik hoor gerinkel en kijk verbaas omhoog. Waar ik hem zie, met mijn sleutels.

"Grappig dat als je van me probeert te vluchten, het je gewoon niet lukt. Het lot heeft het denk ik zo bepaald"

Ik kijk hem lang aan maar besluit dan mijn grote mond open te trekken.

"Ja, dat klopt waarschijnlijk. Misschien moet jij gewoon weer van mij vluchten. Daar blijk je goed in te zijn"

He loves me, crazy isn't it?Lees dit verhaal GRATIS!