Tien jaar later

Louis laat de krant zuchtend op de tafel vallen en kijkt zijn echtgenote Julliet aan. 'Ze blijven maar zeuren over het heelal dat weer inkrimpt,' zegt hij met een moeilijk gezicht. 'Ik bedoel, het is ingrijpend en alles, maar de voorbereidingen voor een ontsnapping naar de verkoelde gebieden zijn gemaakt en alles is klaar, dus ze moeten ophouden met zeggen dat iedereen doodgaat als ze niet willen dat iedereen in paniek raakt.'

Julliet schenkt de koffie in en gaat tegenover hem aan de ontbijttafel zitten, terwijl ze op haar duim bijt. 'Ja, op zich wel. Wat is er nog meer in het nieuws?'

Louis pakt de krant weer op en bladert wat door de pagina's heen. 'Het medicijn slaat goed aan in de gebieden rondom Mexico. Ze zijn het overzee aan het uitproberen. Gerco en Wouter hebben een nieuw project opgezet voor de daklozen. Iets in die richting. Niet veel.'

Julliet laat haar hand op die van Louis vallen en kijkt hem recht aan. 'Kijk eens naar de datum, schat?'

Louis laat zijn ogen over zijn nieuwe horloge vallen en schrikt. 'Hoe kon ik dat vergeten.' Uit pure woede staat hij op en laat zijn hand met een klap op de tafel vallen. 'Ik... Hoe kon ik?'

'Je hebt een belofte gemaakt,' fluistert Julliet. 'En daar hou je je nog elke dag aan. Ze zou het je niet kwalijk nemen dat je de dag van haar dood bent vergeten.'

Louis laat zijn handen door zijn korte haren gaan en ploft weer neer op de stoel. 'Ik heb het wel aan zien komen,' zegt hij, alsof hij Julliets woorden nooit heeft gehoord. 'Natuurlijk, met alle feestelijkheden in de stad kan je het niet onder uitkomen, maar ik had het moeten weten.'

Julliet laat haar handen over het onopmerkelijke littekentje in haar hals gaan, waar de vaccinatie is ingespoten. Uiteindelijk was het makkelijk om de oplossing te vinden, zeker met de hulp van Louis en alle informatie die tot hun beschikking stond, maar het duurde nog een goede drie maanden totdat ze de formule in orde hadden. In die dagen stierven behoorlijk veel mensen in de hoofdstad aan de ziekte waaraan ook Samantha, Louis' oudere zus, was gestorven. Julliet had de ziekte bijna zelf ook niet overleefd, maar op de dag die haar laatste zou moeten zijn, vonden ze het medicijn en gaven het aan haar. Het was ook de dag dat Louis haar ten huwelijk vroeg, waarna ze een halfjaar later een kleine bijeenkomst hielden om hun verbintenis te vieren.

'Ja,' zegt Julliet, 'maar je kan er niets aan doen. Wat wil je vandaag doen? We kunnen beiden een dag vrij nemen. Ik bedoel, ze zouden het vast wel begrijpen.' Julliet werkt ondertussen in het ziekenhuis onder de afdeling oncologie en Louis werkt in hetzelfde gebouw met de medicatie en onderzoeken naar nieuwe oplossingen.

'Vast,' fluistert Louis en zijn ogen verzinken in dezelfde leegte die altijd plaatsneemt als hij aan zijn zus denkt.

'Hé,' zegt Julliet op een zorgelijke toon. 'We bellen Wouter op en maken er een dagje uit van.' Ze waren de laatste drie - met misschien ook nog Gerco, maar niemand kon iets peilen van zijn gevoelens - die iets om Sam gaven. De rest van de natie zag haar als een heldin, iemand die haar leven had gegeven voor het goede, iemand die het medicijn verder had ontwikkeld, maar ze gaven verder niet om haar, ze hielden niet van haar. Natuurlijk, Julliet zou nooit begrijpen hoe Samantha in elkaar zat en hoe het meisje echt was, niet zoals haar oudere broer Ares haar had gekend en niet zoals Louis en Wouter haar kenden, of zelfs Gerco, maar ze kende haar voor haar laatste dagen en had het onontkoombare gevecht meegemaakt waarin ze tegen haar eigen lichaam had gevochten.

'Goed,' zegt Louis en de leegheid valt weg. Hij heft zijn glas koffie omhoog en laat het tegen die van haar klinken. 'Op Samantha,' zegt hij.

'Op Sam.'

VirusLees dit verhaal GRATIS!