29. Zoë: Gekwetste stuiterballen

2.8K 245 26

Hij vond haar met rode ogen ingestort op haar bed. Niels trok haar omhoog en tegen zich aan, terwijl hij haar suste.
'Als het je een beetje troost: Hij zit er ook mee,' mompelde hij in haar haar.
'Ik had het niet verwacht, Niels. Niet dat hij dat zou doen en zeker niet dat het zoveel pijn zou doen.'

Hij wreef over haar rug. 'Het was ook een rotstreek, maar ik denk niet dat hij het deed omdat hij je niet leuk vind, Kippetje. Ik denk juist dat hij je ook wilde kwetsen.'

'Nou dat is hem dan aardig gelukt,' mopperde ze en begon haar ogen droog te wrijven. 'Al vind ik zijn streek rotter dan die van mij.'
'True,' zei Niels, 'maar hij was echt gekwetst.'

Die nacht lag ze vooral te woelen in haar bed. Levi had haar gekwetst en behoorlijk ook. Het ergste was dat ze zelf al die tijd had gedacht dat ze de situatie in de hand had. Ze had gedacht dat zij degene was die aan de touwtjes trok, maar blijkbaar deden ze dat geen van beiden. Het plafond was die nacht uitgebreid bestudeerd en toen de bel beneden ging, had ze nog steeds niet echt geslapen.

Ze hoorde Paul van onder aan de trap roepen: 'Zo! Visite!'
'Als het een jongen is, stuur hem maar weg,' riep ze terug.
'Dat is ze niet en anders zou je dat nog zelf moeten doen,' hoorde ze hem terug gillen. Ze sleepte zichzelf uit het bed en liep in haar pyjama de trap af.

Voor de deur stond Liv en Zoë rolde inwendig met haar ogen.
'Mag ik eindelijk binnenkomen? Mijn armen zijn moe en je waagt het niet om die deur dicht te gooien nadat ik dat hele eind hierheen gestrompeld ben.'
'Ook hallo, Liv,' bromde Zoë. Ze hield de deur verder open.

Ze liep voor het meisje uit naar de woonkamer. Achter zich hoorden ze hoe de krukken haar volgden. Ze pakte wat drinken voor hen beide en gaf één glas aan de blondine.
'Knap gedaan,' zei Liv met een grijns.
De opmerking ging compleet langs haar heen. Ze ging er van uit dat Levi's zus het niet over drinken inschenken had. Ze keek het meisje daarom ook vragend aan.
'Ik heb Ernie nog nooit zo van de kook gezien,' zei ze. 'Waarom had je niet verwacht dat hij het erg zou vinden? Levi heeft podiumvrees, dat gaat echt niet op slag over omdat jij hem hebt opgegeven voor iets.' Liv keek haar boos aan.
Het was een moment stil. Zijn zus was intimiderend en Zoë wist even niet goed wat ze moest zeggen.
'Ik had gehoopt... Ik dacht gewoon dat als ik hem op zou geven en hem zou helpen, dat het zou lukken. Ik dacht... Weet ik veel wat ik dacht,' zei ze toen.
'Mijn broertje wil advocaat worden, geen zanger. Het rare is nog, dat hij wil gaan ook.'
Ze keek Liv verbaasd aan. 'Hij wil gaan?'

De blondine knikte. 'Ja. En wie draait er voor op om met hem mee te gaan? Ik natuurlijk.' Ze knikte naar haar been. 'Dat is echt heel fijn met dat extra gewicht aan je lijf.' Het meisje rolde met haar ogen. 'Je zorgt maar dat je er ook bent, zonder dat hij het weet. Jij bent degene waarom ik daar naartoe moet hobbelen, dus waag het niet om mij daar alleen te laten staan als Leef over zijn nek gaat.' Ze prikte met haar vinger in de richting van Zoë's borst. 'Zaterdag om twee uur moet je in Hilversum zijn. Zorg dat hij je niet ziet!'
Liv stond op en begon op haar krukken naar de deur te hobbelen. Het was duidelijk dat het meisje er snel vandoor wilde, maar dat ze meer op een rennende schildpad leek met de krukken. Ze besloot om Liv in haar waarde te laten en haar niet in te halen of iets dergelijks.
'Oké,' antwoordde ze alleen, waarna ze de deur dicht hoorde slaan.

Ze stond nog zeker tien minuten naar de gesloten deur te staren. Was het mogelijk dat je ontzettend boos op iemand kon zijn, maar tegelijkertijd ook niet? Zo voelde ze zich over Levi. Aan de ene kant was ze razend op hem, over de zoen. Aan de andere kant was ze het niet en dacht ze aan wat Niels en Liv hadden gezegd. Als ze hen moest geloven, zat hij er behoorlijk doorheen.
Ze viste haar telefoon uit haar zak en tikte het nummer van haar beste vriendin aan. De telefoon ging maar een paar keer over, voordat Fenne opnam.
'Hoe is het in het altijd zonnige Haarlem?' klonk de vrolijke stem van haar vriendin.
Zoë moest zich inhouden om niet meteen in huilen uit te barsten.
'Zo?' klonk het na een paar tellen door de hoorn. 'Is alles wel oké?'
'Nee?' zei ze vragend en barstte toen toch in huilen uit.
'Wat heeft die eikel gedaan? Ik zei toch dat je er niet in moest trappen! Af en toe praat ik echt tegen een muur, Zo. Hij is een player, een slet, zelfs zijn zus zei het.'
'Dat is het hele probleem,' snikte ze. 'Ik heb het verpest.'
'Puh,' spuugde Fenne uit.
Zoë zuchtte. Waarom geloofde niemand haar? Ze had het echt verpest, compleet verpest! 'Fen, serieus,' gilde ze in de hoorn. 'Ik heb hem opgegeven voor The Voice.'
Haar vriendin barstte uit in hysterisch gelach. 'Je hebt wat gedaan?' hikte ze, toen ze uitgelachen was.
Ze bromde dat het meisje haar best gehoord had.
'Waarom zou je dat doen? Kan die gozer überhaupt zingen?'
'Hij is door de selectie en hij moet dus komen. Het probleem is dat hij podiumvrees heeft en ik wist dat. Ik wist dat het iets was dat hij absoluut niet wilde. Nu is hij boos. Nou ja, eigenlijk is dat nog zwak uitgedrukt. Hij is witheet van woede.' Ze zuchtte in de hoorn.
'Oh, Zo. Waarom doe je dat dan ook? Het probleem is voornamelijk dat je keihard voor hem bent gevallen, of niet?' vroeg Fenne aan haar.
'Blijkbaar. Al kwam ik daar pas achter toen ik het verpest had.' Ze veegde de half opgedroogde tranen onder haar ogen weg. 'Nu stond zijn zus net hier, dat ze me zaterdag wel verwacht daar. Ze wil dat ik kom, zonder dat hij het weet. Liv zei letterlijk: Waag het niet om mij daar alleen te laten staan als Leef over zijn nek gaat.'
Fenne begon weer te lachen. 'Nou, dan weet je wat je te doen staat.'
'Nou, je bent een hele hulp zeg,' mokte ze.
'Wat wil je dat ik zeg, dan? Er zit niet veel anders op, dan om daar naartoe te gaan. Misschien kun je het wel oplossen met hem en komt het allemaal nog wel goed.' Ze mompelde er nog wat achter aan wat niet voor Zoë bestemd was, maar die hoorde het wel degelijk: 'Al hoop ik van niet, want ik vind je te goed voor die gozer.'

Ze plofte in een treinstoel en staarde voor zich uit. De vorige nacht had ze slecht geslapen en ze voelde zich een zombie, maar ze moest naar college. Constant had ze haar telefoon in de gaten gehouden. Hopeloos wachtend op een berichtje van Levi. Ze hoopte op een of ander stom grapje, alsof er nooit iets was gebeurd. Maar ze wist maar al te goed dat dat niet zou gaan gebeuren. Slenterend ging ze richting de school. Ze wist niet eens hoe ze op school was gekomen.

Haar tas gooide ze in de collegebank, ging zitten en viste haar laptop eruit. Ze klapte het ding open en opende een document waarin ze haar aantekeningen kon maken. Haar gedachten gingen al naar zaterdag. Ze zou met de trein moeten, dus moest ze uitzoeken welke trein ze moest hebben. En hoe ging ze er in hemelsnaam voor zorgen dat hij haar niet zag? Ze wist niet hoe druk het was bij zoiets, maar ze ging er vanuit dat het na een selectieronde niet superdruk was. Het was niet zo dat het zoiets was, als Idols was geweest. Deze personen konden zingen.
Ze schrok op van de professor, die de zaal tot orde riep en aan zijn hoorcollege begon.

Na twee hoorcolleges van een dubbel uur, was ze blij dat het genoeg was voor die dag. Ze vond het altijd een erg lange zit.
Nadat ze haar laptop in haar tas had gedaan en die over haar schouder had geslingerd liep ze naar de mensa. Ze keek naar de kassa en verstijfde. Vooraan in de rij stond Levi. Ze twijfelde of ze door zou lopen en drinken zou halen, zoals ze van plan was, of om zou draaien en op het station wat zou halen.

Ze besloot haar stoute schoenen aan te trekken en haar excuus aan te bieden. Misschien zou hij die wonder boven wonder aannemen?
Zoë liep naar hem toe en hoorde hem lachen om de opmerking die de jongen naast hem maakte. Ze zag de kuiltjes in Levi's wangen en moest aan zichzelf toegeven dat die dingen zo schattig waren. Hij draaide zich om en wilde naar een tafeltje lopen, toen hij haar zag staan. Zijn glimlach verdween op slag en ze zag de woede in zijn ogen oplaaien.
'Leef, ik wilde-'
'Boeit me niets wat jij wilde,' onderbrak hij haar en hij beende langs haar heen. Ze keek naar haar tenen en deed haar best om de tranen te bedwingen. De manier waarop hij naar haar had gekeken, deed enorm pijn. Ze wilde dat hij weer naar haar keek, zoals hij had gedaan voordat ze dat stomme formulier had ingevuld. Waarom had ze het ook gedaan? Met opgeheven hoofd sloot ze achter aan in de rij, alsof er niets was gebeurd. Ze ging zich niet laten kennen op school, ze ging hier niet huilen. Het flesje drinken zette ze voor de kassajuffrouw op de balie en rekende het af.
Toen ze zich omdraaide keek ze recht in Levi's gezicht. Hij keek alsof hij in een citroen had gebeten, maar hij hield haar blik langer vast dan nodig was, voordat hij zijn hoofd omdraaide en wegkeek. Haar hart bonkte in haar borstkas en ze had het gevoel dat het er elk moment uit kon springen.
Ze liep langs zijn tafel en dacht dat ze zijn vingers langs haar been voelde, maar dat haalde ze zich waarschijnlijk in haar hoofd. Alsof alles normaal was, liep ze door en botste vervolgens tegen iemand voor haar op. Verschrikt keek ze op, recht in Evans gezicht.
'Hey Zootje, kom je bij ons zitten?' Hij keek haar lachend aan.
Ongemakkelijk begon ze van haar ene op haar andere been te wiebelen en beet op de binnenkant van haar wang. 'Nou, ik moet eigenlijk - Misschien moet ik-'
'Oh, doe niet zo flauw, Zoë. Rechtenstudenten bijten heus niet hoor,' onderbrak hij haar en sleepte haar aan haar arm mee terug.

Ze slikte en liep tegen haar wil in mee terug.
'Jongens,' zei Evan, Zoë komt even gezellig bij ons zitten.'
Het merendeel van de jongens liet iets van een goedkeurend antwoord horen, maar Levi deed alsof hij niets merkte. Ze staarde naar het flesje water in haar hand, alsof het drinken het meest interessante was wat ze ooit had gezien. Het voelde niet echt als een optie om Levi aan te kijken en dus vermeed ze zijn gezicht.

'Ze doet geneeskunde dus vind ons rechtenstudenten een beetje eng,' verklaarde Evan.
Zoë gaf hem een stomp in zijn ribben. 'Nee, ik vind alleen jou eng,' mompelde ze.
Een donkerharige jongen keek haar aan. 'En waarom wil je dokter worden?' vroeg hij.
'Ik wil geen dokter worden,' zei ze hoofdschuddend. De jongen keek haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. 'Ik wil patholoog-anatoom worden,' zei ze droog.
'Zoë is niet zo goed met levende mensen,' zei Levi toen en gaf haar een dodelijke blik.

Roberts #2: Stole my heartLees dit verhaal GRATIS!