'Dus,' zegt Ben ik schrik van de kalmte in zijn stem, 'hoe gaat het met jullie geweldig geplande opstand?' Benjamin is hier, hij staat hier voor me. De jongen die ik voor zo veel jaren als vriend heb gezien en die me zo heeft verraden. Ik dacht dat hij dood zou zijn, dat het mijn schuld was dat hij dood was, maar hier staat hij, levend en wel voor mijn ogen en hij ziet eruit alsof hij nog geen enkele maaltijd heeft overgeslagen. Ik wordt er misselijk van als ik nadenk over de manieren waarop hij dat voor elkaar heeft moeten krijgen. 'Heb je er ooit over nagedacht hoe de wereld zou worden na jullie speelkwartiertje? Het is niet handig om een bestuur in een keer om te gooien. Je moet het langzaamaan doen.'

'Hou je mond.' Het zijn de woorden uit mijn mond, maar ik weet niet waarom ik ze zeg. Waarschijnlijk omdat er niets veel beter is om te zeggen. Ik wil gewoon dat hij ophoud met praten, met de dingen zeggen waar ik al voor weken bang voor ben, dat alles van dit voor niets is, dat ik uiteindelijk zal sterven voor niets.

'En jij, Samantha, jij hebt toch wel het meest domme gedaan.' Zijn vinger wijst naar mij en ik krimp in elkaar. 'Dacht je dat je je volwassen gedroeg, omdat je jezelf opoffert? Het enige wat je doet is je leven vergooien.'

'Voor het goede,' zeg ik. 'Daar heb jij echter geen weet van. Ik weet niet wat er met jou is gebeurd; wat hetgeen is dat jou heeft verandert. Ik weet niets van wat jij dacht tijdens onze vriendschap. Ik weet niet eens of wij wel echte vrienden zijn geweest.'

Ben lijkt uit de weg geslagen te zijn. 'Natuurlijk zijn we vrienden geweest. We waren vrienden totdat hij kwam.' Hij wijst naar Ares. 'Door hem heb jij mij verraden, Sam.'

'Ik heb je niet verraden!' schreeuw ik. 'Ik ben een goed persoon.' Ik weet niet of ik dat tegen mezelf schreeuw, of tegen hem, want daar lijk ik overtuiging in nodig te hebben.

'Een goed persoon, die haar beste vriend achterlaat in een magazijn om weg te laten rotten?' Ben lijkt plots uit zijn kalme masker te breken en schreeuwt de woorden naar me. 'Jij bent geen goed persoon Sam, je bent menselijk, net als iedereen en je denkt dat je met levens kan spelen om een betekenis te hebben in de geschiedenis, maar als alles zo door gaat, is er zo meteen misschien geen geschiedenis meer om te vertellen, en dat zal dan allemaal jouw schuld zijn.'

'Dat is niet waar,' zegt Ares, maar ik hoor aan zijn stem dat ook hij twijfelt. Ik voel de brok in mijn keel en voor een moment denk ik dat ik ga huilen, maar dan slik ik het weg en verman ik mezelf.

'Ben; ik heb je niet verraden, jij hebt mij verraden. Ik heb niets verkeerd gedaan, totdat jij mij probeerde te vermoorden in het magazijn. Ik had alle reden om je daar achter te laten, daar had ik het recht wel toe, na alles wat jij met mij hebt gedaan.'

'Je wilde jezelf vermoorden Sam!' gilt Benjamin. 'Wat maakte het uit dat ik het had gedaan, dan was het sneller gedaan. Jij hebt me wel verraden en dat weet jij ook heel goed. ik hoop dat je beseft dat je egoïstisch bent, door de wereld te willen redden. Alles wat je doet is fout Sam, weet je dat wel?'

Plots merk ik het pistool in zijn handen weer op. Het trilt, op dezelfde manier als dat de rest van zijn lichaam trilt en ik ben weer terug in het magazijn. Het donker, de angst, maar in plaats van wegrennen, loop ik nu juist naar hem toe. 'Benjamin, jij bent mijn oudste en mijn beste vriend. Ik weet niet wat er naar je hoofd is gelopen, maar je moet weten dat ik van je houd, wat er dan ook gebeurd.'

'Weet je dat zeker?' Hij kijkt me aan en plots is de jongen die ik kende weer terug, maar als ik knik, verhardt hij weer. 'Goed dan.' En hij schiet.

De eerste keer dat ik Ben zag schieten, was bij onze eerste training voor Jagers. Jagers hebben een periode van zes weken tijd om zichzelf te trainen voordat ze aan de taak beginnen. Benjamin was een natuurtalent, dat kon ik van ver al zien. Hij schoot elke kogel perfect in het hart – hij miste nooit. Toen ik naast hem ging staan en mijn pistool omhoog trok, probeerde ik net zo goed te schieten als hij, maar ik, immers nog nooit een wapen vast gehouden, schoot fataal mis.

'Je kan echt niet met een pistool omgaan, of wel soms?' had hij lachend gevraagd en ik had me beledigd gevoeld, maar Ben had me er juist mee geholpen. Hij legde zijn pistool neer en liep naar me toen. 'Kijk, de trainer legt het een beetje moeilijk uit, maar doe maar alsof het pistool een verlenging van je arm is. Zodra het zo vertrouwd is als je eigen lichaam, zou je het goed moeten kunnen hanteren, net zoals je eigen lichaam.'

Het was hetgeen waar ik de rest van de trainingsperiode me aan vast klampte. De trainer bleef maar tegen me aan zeuren dat mijn rijkeluisleventje afgelopen was en dat ik nooit een goede Jager zou zijn als ik zo bleef schieten, zo berekenend en elke keer voelend aan het pistool, of het anders was geworden. Uiteindelijk begreep ik het pistool, ik begreep het net zoals mijn ogen werkten. Ik herkende het zoals ik mijn eigen gezicht herkende in de spiegel.

Ben had gelijk gehad; uiteindelijk was het pistool net zo geworden als mijn eigen hand. Ik wist alleen niet dat ik iets had geleerd dat mij dodelijk zou maken, dat mij een monster zou maken. Ik had nooit gedacht dat ik bloed aan mijn handen zou krijgen, tot vandaag. Ik heb bloed vergoten, ja, maar ik heb nog nooit iemand vermoord.

Hij heeft hem vermoord. Hij heeft hem gewoon vermoord. Ik laat de tranen gaan terwijl het besef tot me doordringt dat Ares dood is. Mijn vriend, de jongen waarvan ik meer hield dan anderen. Ik weet niet hoeveel tijd er verstrijkt, maar ik zak op mijn knieën langs het lijk van wat ooit van mij was. Deze jongen, deze prachtige, avontuurlijke jongen vol verhalen die ik nog wilde horen, is dood en het is mijn schuld.

Zijn stem klinkt in mijn hoofd. 'Ares, als de Griekse god van de oorlog.' Mijn tranen mengen met het bloed waarvan ik ooit gehoopt had dat het door onze kinderen heen zou lopen, ook al wist ik dat ik nooit kinderen zou krijgen. Hij is dood en het is zo egoïstisch om te wensen dat hij weer zou leven, want misschien is de dood in deze tijden een betere plek dan deze helse aarde.

Ik hou het lichaam tegen me aan en blijf huilen, zonder stop. Ik weet niet hoe het komt dat mijn tranen niet willen stoppen, maar ik hou er ook zelf niet mee op. Ik ben uitgeput en ik ben zo klaar met alles wat hier om me heen gebeurd.

En hij is weg. Hij is weg en ik zal hem nooit meer zien. Ik zal nooit meer het gevoel van zijn lippen op die van mij voelen. Ik zal nooit meer tegen hem kunnen praten, met hem kunnen vechten, ruzie maken, stelen, wat we dan ook zouden doen. Ik zou er alles voor geven als zijn borstkas nog een keer op en neer vliegt.

Ik wil gillen, ik wil schreeuwen, ik wil hem terugnemen in deze wereld vol pijn. Ik wil naar huis, ik wil me opkrullen tegen mijn moeders borst, mijn vaders shirt volkrijsen met alle dingen die er met mij gebeurd zijn. Ik verdien dit niet, ik hoop dat ik dit niet verdien. Ik verdien dit wel. Ik verdien deze pijn, deze dodelijke stilte in mijn hart. Ik verdien de trillende vingers, bebloed en vol tranen. Ik verdien de blik op Ben's gezicht, die vol staat met genoegen. En ik verdien wat er dan nog meer gebeurd.

Ik sta op, pak het pistool uit Ares' dode handen en schiet, met de laatste woorden 'Ik hou van je' nog op mijn lippen.

En hij is dood. Benjamin is dood. Ik heb mijn beste vriend vermoord.

Ik val neer op de grond. Handen, vingers, grijpen in mijn haar en ik schreeuw. Ik schreeuw totdat warme armen me omhelzen, maar die eeuwigheid die er tussenin zit wordt gevuld met schuld, met pijn, met de afschuwelijke leegte.

Ik heb bloed op mijn handen en niet van iemand die nooit wat voor me betekend heeft, maar ik heb bloed op mijn handen van de beste vriend die ik ooit heb gehad. Ik heb iemand vermoord die wel eens waar niet onschuldig was, maar die de dood niet op zo'n manier had kunnen aan zien komen. Ik heb iemand vermoord wiens idee van de wereld en van vriendschap anders was dan die van mij.

Het is hypocriet. Ik ben hypocriet.

Wat heb ik in godsnaam gedaan?

Ik blijf huilen en ik weet niet van een ophouden, terwijl mijn lichaam zich plaatst tussen de twee lijken van de mensen die ik het meest vertrouw, waarvan ik in mijn leven zo veel heb gehouden en het enige wat ik nog kan denken is dat ik me doder voel dan de dingen die naast me liggen, wiens levens ik ontnomen heb.

NhrG

VirusLees dit verhaal GRATIS!