Tja, dit verdient wel even een uitleg ja... Laten we het kort houden, ik had een writersblock. Dat krijg ik altijd als ik zo veel lees en ik heb deze maand iets van zeven boeken gelezen of zo... DUS SORRY!!! Het spijt me echt heel erg. Hopelijk kan je wel van dit hoofdstuk genieten. Ik hoop dat ik volgende week ook update. Na dit nog 3 hoofdstukken en een epiloog :)

De chaos in de vechtende menigte is immens groot. Er vallen mensen neer die ik niet ken en mensen waarvan ik het gezicht alleen maar ken omdat ik het één keer in mijn leven heb gezien. Ik kan niet opmerken wie mijn bondgenoten zijn en wie mijn tegenstanders. Ik voel de paniek opkomen, maar druk die weg, terwijl ik mijn pistool trek en dieper de mensenkolonie in ren. De kolf van het pistool voelt gevaarlijk in mijn handen, maar ik ben er bekend mee. Waar ik echter niet bekend mee ben is het schieten op andere mensen. Ik heb het pistool nog maar weinig keren gebruikt, alleen als verdediging en wat ik nu aan het doen ben is duidelijk aanvallen. Ik weet niet wat dat van mij maakt, een moordenaar? Dan haal ik het pistool op en schiet ik.

De kogel raakt een been en een akelige schreeuw vliegt het plein over. Mensen kijken niet op, te bezig met hun eigen zaken. De oudere man die ik heb neergeschoten staat moeizaam op en valt dan weer ineen. Ik weet nu niet wat ik moet doen, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de man neer te schieten, dus ik laat hem op de grond liggen en verwissel van doelpunt.

Ik voel me ellendig, zo verschrikkelijk ellendig. Met die ellende komt de spijt en ook het zelfmedelijden. Ik voel de tranen al op mijn wangen liggen en het is stom – het is zo stom te huilen, maar ik hoor te kunnen huilen, als een meisje van zestien. Ik ben niet heldhaftig, ik kan de wereld niet redden van een corrupte leiding. Ik ben ziek en ik ben jong.

En ik heb zonet iemand neergeschoten.

Mijn pistool is niet helemaal geladen en zo veel kogels heb ik dan ook niet meer, dus ik zal zo meteen wel moeten beginnen met het gooien van messen, want dat zijn de enige andere wapens die ik heb. Ik heb dan ook niet het grootste pistool en ik weet dat dat misschien uiteindelijk mijn zwakte wordt, maar men lijkt het nu nog niet door te hebben. Ik probeer me te vermannen en bijt op mijn lip, waarna ik mijn gevoelens wegdruk en het pistool laad. Ik schiet een vrouw neer, die haar hand om de trekker legt, klaar om een jonger meisje uit het leger van de Titaan te vermoorden en dan merk ik op wat ons herkenmiddel is. Iedereen die bij ons leger hoort, heeft zijn nagels zwart geverfd. Ik voel een verlichtend gevoel van opluchting over mijn lichaam glijden, als ik me besef dat de twee mensen die ik tot nu toe heb neergeschoten, werkelijk de tegenstander is, dat er misschien nog wel iets goeds zit aan wat ik heb gedaan.

Maar dan komt het besef harder aan. Misschien zijn deze mensen thuis hard nodig; misschien verdienen zij het geld in de familie, misschien hebben ze wel kinderen waar voor gezorgd moet worden. Er moeten toch wel mensen zijn die van de vrouw en de man hielden, de vrouw en de man die ik zonet heb neer geschoten. Ik moet opnieuw op mijn lip bijten om niet te gaan huilen en dat is stom.

Ik ben een soldaat, een wapen, ik hoor dit te doen. Dit zou anders ook bij ons zijn gebeurd als ze ons hadden gevonden. Deze mensen hebben allemaal een slechte invloed op de wereld, hoe geliefd ze ook door andere mensen kunnen zijn. Ik ben een soldaat, ik hoor andere mensen neer te schieten. Ik hoor ze te vermoorden, maar dat doe ik niet, en misschien maakt me dat wel een beter mens. Ik ben een soldaat, een wapen. Ik ben het Virus.

Dat gevoel blijft echter maar even, want niet veel later lig ik op de grond. De pijn schrijnt door mijn hele lichaam, van de plek waarvan het vandaan komt, tot de uiterste puntjes van mijn handen en van mijn tenen en voor een moment vergeet ik alles, ik vergeet wie ik ben, hoe ik hier ben gekomen, ik vergeet hoe ik adem moet halen; het is vredig, maar beangstigend. Als ik zou moeten kiezen, zou ik alles opgeven om in deze wolk van onwetendheid te blijven zitten en me niets aan te trekken van de mensen die misschien om me geven. En dan komt alles terug, samen met een extra golf van pijn. Met elke ademteug die mijn mond naar binnen zuigt, lijkt mijn lichaam aan stukjes gereten te worden. Ik bijt op mijn lip om de tranen in te slikken, maar het is al te laat. Mijn hand verplaatst zich, maar ik schreeuw het uit van de pijn en ik weet nog steeds niet waar dit vandaan komt. Dan voel ik twee sterke armen om me heen en begin ik te schreeuwen.

VirusLees dit verhaal GRATIS!