Van De Regen...

36 7 23
                                    

Een koude druppel landt op mijn grote teen en ik trek snel mijn voet naar binnen, terwijl er een rilling door mijn lijf trekt. De dagdroom vervaagt langzaam en de wijde glimlach die dat beeld opriep ook. Zodra ik de eerste regendruppels hoor, vormt zich het beeld in mijn hoofd. Straten vol plassen, regenboog laarzen en rondvliegende modder. In plassen springen blijft iets dat me kinderlijk gelukkig maakt. Iets wat ik nog maar zelden doe in de praktijk. Maar in mijn hoofd? In mijn hoofd neem ik een aanloop en spring er middenin. Het liefst met een witte broek aan. Of een lichtgekleurde jurk.

Ik voel iets nats langs mijn blote been strijken en een gil ontsnapt me, die beantwoordt wordt met een schor miauwtje. Mijn ogen zoeken naar de eigenaar van het doornatte lijfje en zodra oogcontact gemaakt is, miauwt hij nog een keer, een serieuze blik in zijn ogen, alsof hij zeggen wil dat regen nog steeds nat is.

"Ja, Dokter Banner, je wordt nog steeds nat van de regen. Maar jij kunt het ook niet laten hè? Je moet ook even naar buiten als het regent."

Ik buig voorover en til de gestreepte, rode, volgezogen spons op en houd hem tegen mijn borst, het water uit zijn vacht maakt mijn oversized T-shirt nat. Ik wrijf mijn neus tegen de zijne en hij spint tevreden, waarschijnlijk blij dat het meeste vocht vanuit zijn haren naar mijn shirt overgebracht is. Zodra ik hem weer op de grond gezet heb, rent hij naar de keuken om te kijken of zijn ontbijt al klaarstaat.

Ik zie eruit alsof ik aan een miss wet T-shirt wedstrijd heb meegedaan en mijn brein verandert dat meteen in een dagdroom. Eentje waar ik de wedstrijd zeker niet win. Zo goed bedeeld ben ik niet. Ik grinnik en duw de achterdeur verder open en stap naar buiten. Wat kan mij het ook schelen, ik ben toch al nat.

Mijn blote voeten raken de modderige tegels en voor een seconde denk ik aan hoe vies mijn voeten gaan zijn, maar ik schud die gedachte van me af en draai een rondje met mijn armen boven mijn hoofd, een grote glimlach op mijn gezicht. Ik ren weer naar binnen, richting de badkamer om onder de douche te stappen. Een beetje gek ben ik best wel, maar ziek worden is geen optie.

Ik loop de keuken in met een handdoek op mijn hoofd en mijn badjas aan, dansend op denkbeeldige muziek terwijl ik koffie zet. Dokter Banner ligt al opgerold voor de verwarming met een buik vol brokjes. Mijn ontbijt bestaat uit een kop koffie, met een beetje melk.

Ik ga op mijn keukentafel zitten, mijn benen bungelend over de rand terwijl ik voorzichtig van de gloeiend hete koffie nip. Mijn brein wordt langzaam beter wakker, droomsporen verdwijnend bij elke slok. Koffie is het enige dat die mist doet optrekken. Niet dat ik nu niet meer dagdroom hoor, dat kan ik nog steeds heel goed. Altijd al gekund. En heel handig als je probeert verhalen te schrijven.

Op de basisschool schreef ik al verhaaltjes en uitgebreide dagverslagen in mijn dagboek. En dat is eigenlijk niet veranderd. Er ligt een dagboek op mijn nachtkastje en ik probeer een boek te schrijven. Mijn droombaan is schrijfster zijn. En er van kunnen leven zou helemaal fantastisch zijn.

Volgens opa ben je een schrijver zodra je je eerste woord geschreven hebt. Aan de hand van die wijsheid ben ik er dus al één, een schrijfster. En zolang ik er nog niet van kan leven, werk ik op de plek die de meeste inspiratie geeft: de bibliotheek. De lucht hangt daar vol met verwachting en verhalen en het gebouw ontvangt dagelijks bezoek van mensen op zoek naar een antwoord of juist een manier om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Hoe dan ook, wat je ook zoekt, je kunt het in de bieb vinden. En nog mooier, er is veel tijd om te dagdromen tussen de kasten terwijl je de teruggebrachte boeken weer op de juiste plek zet.

Ik loop vlug naar mijn slaapkamer om mijn favoriete outfit aan te trekken: een jegging met een grote, zwarte trui met capuchon en daaronder mijn gympen. Helemaal niet chique, maar ontzettend comfortabel. En perfect om de hele dag mee met je neus in de boeken te zitten.

Niet om te werken, maar om research te doen. De meeste mensen verklaren me voor gek dat ik op mijn vrije dag ook in de bibliotheek ga zitten, maar daar trek ik me niets van aan. Ik vind het heerlijk. Als ik in de bibliotheek kon wonen dan zou ik dat meteen doen.

Ik pak mijn tas en vul hem met mijn favoriete pennen, mijn notitieboek, dropjes en twee flesjes water. Dokter Banner ligt zachtjes te snurken en ik sluip naar de gang om mijn jas aan te doen. Ik pak mijn sleutels van het haakje bij de deur en stap naar buiten. Het miezert. Ik kijk naar de paraplu in de hoek en besluit hem thuis te laten. Ik ben tenslotte niet van suiker.

Ik ren naar de bibliotheek, de regen op mijn huid en in mijn haar omarmend. Zodra ik binnen op de mat sta, schud ik me uit, druppels alle kanten uit gooiend. Ik grinnik en kijk op om te zien of mijn favoriete plekje vrij is. Een glimlach vormt zich op mijn lippen zodra ik zie dat de tafel en stoel in de donkere hoek nog vrij zijn.

Ik loop er snel heen en plof op de stoel. Deze plek is zelden bezet omdat het een beetje ongezellig  is. Donker, en slechte wifi. Maar ik vind het heerlijk. Tussen de boeken over Vikingen en wereldreizigers kan ik mijn gedachten laten gaan, dagdromend over een grote stoere man die me meeneemt op zijn reizen. Strijders in alle soorten en maten fascineren me.

Dat is dan ook waar ik vandaag naar op zoek ben voor mijn verhaal: een man waar mijn hoofdpersoon verliefd op wordt. Het moet een stoere man uit verleden tijden zijn. Historische romans zijn mijn lievelingsboeken en nu wil ik proberen er zelf één te schrijven.

Ik pak mijn tas uit en zet alles op tafel, mijn notitieboek open voor me. De aantekeningen die ik daarin gemaakt heb gaan vooral over mijn hoofdpersoon. Jong, naïef, beschermd opgevoed en dromend van avontuur. Ja, ik weet het, cliché. Maar ik vind het heerlijk zo.

Het is iets waar ik me helemaal in kan verliezen. Een stoere, wat oudere man die valt voor een jong onschuldig meisje. Ik ben vrijgezel, mocht je dat nog niet opgepikt hebben. En jong. En misschien ook wel naïef. Ik lach om mijn eigen gedachten en doe snel mijn hand over mijn mond voordat iemand boos wordt.

Mijn gedachten dwalen af naar wat voor een man en denk eerst aan Schot in kilt. Maar ik heb net alle seizoenen van een Serie over Schotten achter elkaar gekeken en weet dat het daardoor komt. Een Viking dan? Een lange, blonde man met baard en zwaard. Ik giechel zachtjes en realiseer me dat ik helemaal niet op blonde mannen val.

En origineel is het al helemaal niet. Hmmm. Mijn voeten bewegen al richting de boekenkast achter me en zodra ik dichtbij genoeg ben, dwaalt mijn wijsvinger over de ruggen van de boeken. Ik probeer te voelen welk boek ik moet openen, zonder af te gaan op mijn ogen, probeer naar mijn intuïtie te luisteren. En zodra ik de donkerpaarse kaft raak schiet er een vonkje via mijn vinger door de rest van mijn lichaam.

Ik schrik even en trek dan voorzichtig het boek uit de kast, terwijl alle vingertoppen die het boek raken warm worden. Gefascineerd open ik het boek op de eerste pagina en lees de titel: 'Vooruit naar het Verleden en Terug naar het Heden.' Daaronder staat de naam van de schrijver: Paulus Perikel. Onderaan de pagina staat in cursief: Voor mijn pool ster, ik zal je altijd vinden Cara.

Mijn vingertoppen volgen de woorden en ik houd mijn adem in als ze de naam raken. Cara. Dat is mijn naam. Ik fluister het zachtjes en het is net of de naam oplicht op het papier. Ik geloof niet in toeval, dus neem ik het boek mee naar mijn favoriete plekje.

Voorovergebogen over de tafel, verslind ik de woorden die Paul ooit schreef. Ja, ik heb zijn naam ingekort. Paulus doet me denken aan de boskabouter. En die is verre van sexy.  



╳°»。 ∾・⁙・ ღ ➵ ⁘ ➵ ღ ・⁙・∾ 。«°╳

(er volgt snel meer)

Tegenwoordige Tijd ✔Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu