We lopen door de puinhopen heen. De zon zakt langzaam achter de horizon weg, terwijl Ares het plan in grote lijnen aan de man uitlegt. Ik loop achter hen aan en kijk ondertussen om me heen. Het dorpje ziet er tevens uit als een krottenwijk, maar de man brengt ons dieper naar het hart van de stad, waar nog enkele gebouwen van steen staan. Ik merk dat de grond onder mijn voeten van zand en modder naar beton gaat. Hier en daar zien we wat omgevallen gebouwen, waar wat mensen omheen zitten. Als Ares klaar is met zijn plan, is het de taak van de man om ons vol te kletsen. Hij verteld ons dat er verschillende groepen zijn in de stad. De meeste groepen bestaan uit oude vrienden van elkaar, familie en kennissen. De mensen die hier als een van de eersten kwamen, hebben de gebouwen ingenomen. Het zijn de mensen die het meeste verloren hebben en het diepst in de ziekte zijn. Men komt niet graag in die gebouwen, want de meeste mensen zijn er krankzinnig aan het worden. Ze noemen het dus ook wel de gekkenhuizen.

De man – wiens naam Konnor is – verteld ons dat zijn groep zich heeft gevestigd in een van de vernielde gebouwen. Ze hebben het bewoonbaar gemaakt en nu hebben ze een goede woonplek. Hij heeft een grote groep mensen, waarvan slechts een aantal mensen tegen het krankzinnige aanzitten. Die mensen worden gescheiden van de rest van de groep. Konnor is een van de leiders, dus het zal niet tegengesproken worden als we binnen komen en daar blijven.

We lopen door de straten en ik voel me akelig bekeken en leeg. Men moet geknokt hebben om de plekken hier en alles is hier net zo geordend als in de Titaan. Toch weet niemand van deze werkelijke plekken en wordt dit gezien als een van de slechtste plekken. Zo slecht heb-ben de mensen het hier nog niet. Ik voel de ziekte wel op mijn huid kriebelen, men is hier wel echt ziek, de man die voor me loopt is ziek. Ik moet deze ziekte nog krijgen, maar ik moet er ook voor zorgen dat Ares hem niet krijgt.

We komen eindelijk aan bij het gebouw en Konnor brengt ons door iets waar waarschijnlijk ooit een raam in heeft gezeten naar binnen. We staan in een grote kamer, die bevolkt is met mensen die zo van elkaar verschillen dat het bijna komisch is. Je kan mensen scheiden van-uit welke delen van de wereld ze komen. Sommige mensen liggen op de dunne matten, of soms zelfs op de grond, te slapen, anderen praten in een zacht fluisterende toon, weer ande-ren zijn bezig met het eten in grote potten.

Konnor leidt ons naar een groepje mensen dat in een hoekje zit. Ze spelen een spelletje met een aantal stenen dat ik niet herken. ‘Konnor!’ zegt een vrouw opgetogen en ze springt op, waarbij een aantal van de stenen verschuiven.

Een jonge man uit de groep kreunt. ‘Maria, kijk uit!’

‘Oeps,’ zegt de vrouw, nadat ze Konnor een zoen heeft gegeven. Misschien is het zijn vrouw. ‘Dat had ik niet door, het spijt me.’ Ze glimlacht naar de jongen, die nu al weer de stenen op hun oude plek duwt. ‘Wat was er aan de hand in de stad? Micheal zei dat er nieuwelingen waren.’

‘Maria, dit zijn Sam en Ares, twee gevluchte rebellen.’ Konnor wijst ons aan en ik zwaai zwakjes met mijn hand. De vrouw moet me wel herkennen, want ze krijgt een geschrokken uitdrukking op haar gezicht.

‘Wat doet zij hier,’ sist ze. ‘Weet je niet dat het gevaarlijk is om vluchtelingen binnen te laten? Het Bestuur zal ons hier duidelijk voor straffen.’ Maria’s gezicht vertrekt als ze naar me kijkt.

‘Het Bestuur zal nooit zo lang aan de macht blijven, Mar,’ grijnst Konnor. ‘Deze kinderen hebben mijn van alles verteld,  ze hebben me verteld dat ze een heel leger achter zich hebben staan. Ze gaan het Bestuur ziek maken en nemen het dan over. Ze gaan op zoek naar een oplossing voor de ziekte en zullen die over het land verspreiden.’

‘Hoe weten we dat ze niet liegen?’ vraagt Maria en ze kijkt nu niet alleen mij aan, maar ook Ares. Een blik van herkenning schiet over haar gezicht, maar zo snel als het gekomen is, is het ook weer weg en ik weet uiteindelijk niet of ik het me maar ingebeeld heb, of dat het wer-kelijk is gebeurd.

VirusLees dit verhaal GRATIS!