19.

3.4K 182 28

19.

Daray en Gavin namen me verder Telrúnya mee. Ik keek vooral vol bewondering naar boven naar de boomhutten. Je moest via houten staken naar boven klimmen. Sommigen hadden zelfs een houten lift, soort van dan. Ze moesten elkaar helpen om dan naar boven te komen wat er eigenlijk nog best gemakkelijk en niet echt zwaar uit zag. Maar schijn kan bedriegen, waar ik achter ben gekomen op de harde manier toen, elfen sterker lijken dan dat je denkt.

Ik zag hier en daar kraampjes waar spullen verkocht werden, speelgoed, houten beeldjes. Sieraden die bestonden uit gekleurde stenen, soms parels of zelfs edelstenen. Schitterend waren ze in ieder geval.

Er werd fruit verkocht, brood, stoffen en als je vlees wilde hebben wat ik hier overigens niet zag moest je naar een slager vertelde Gavin me. Logisch natuurlijk, ik zou ook niet elke keer met stukken vlees sjouwen.

Langzamerhand liep de grond naar beneden toe. Blijkbaar zat Telrúnya op een heuvel of een berg. En terwijl we onderweg waren bogen en begroette de elfen netjes Daray. Mij keken ze nieuwsgierig aan of ontweken me juist. Waarom toch? Zo verschrikkelijk ben ik niet.

'Waarom kijken ze me zo aan' vroeg ik maar toen een elf Daray weer had begroet en mij ontweek. 'Of juist niet' voegde ik eraan toe.

Gavin keek me aan 'heel ver in de vroegere tijden wisten mensen van ons bestaan. Van onze wereld naast die van jullie, ze kwamen dan onze kant op en wilden ons leren kennen. Zonder ook maar te vragen namen ze spullen van ons, aten ze ons eten en vertrokken vervolgens toen ze zeiden dat ze genoeg gezien hadden.

Uiteraard zoals je weet kunnen mensen dan niet terug zodra ze van ons eten gegeten hebben en daar kwamen zij toen ook achter. Ze waren woedend en zeiden dat het onze schuld was. Wij daarintegen bleven kalm en hadden hun gezegd dat zij degene waren die zomaar onze spullen meenamen en ons eten aten. Dan was dit iets wat ze konden verwachten, de straf van onze beschermer Camthalion'.

'Camthalion?', 'ja, men zegt dat hij dit had zien aan komen en dat hij ooit die barriere heeft opgezet zodat zoiets niet weer zou gebeuren. Maar nog even verder. Die mensen waren dus woedend en een kleine oorlog brak uit omdat zij andere mensen hadden ingelicht.

Ze hadden ze uiteraard nog wel even verteld van het eten dus geleerd hadden ze in ieder geval al was het voor hun zelf te laat natuurlijk. Maar ook die mensen waren niet blij en zeiden dat het oneerlijk was wat we ze aan gedaan hadden dus werd er gevochten.

Wij wonnen en de mensen die terug konden gingen terug. Degene die hier moesten blijven trokken weg en gingen ergens anders wonen omdat het te pijnlijk voor ze was na hun nederlaag en uiteraard omdat ze niet meer terug konden naar hun thuis.

De jaren verstreken en er werd geen mens meer gezien. Aangezien jullie niks van ons bestaan meer weten nemen we aan dat de mensen toen het er ook niet meer over hadden. Waarschijnlijk was het verlies te groot, ze verloren hun vrienden aan de dood en de anderen die het overleefd hadden waren ze ook kwijt geraakt. Kwijt geraakt aan een andere wereld.

Het staat allemaal in de rollen en wij elfen krijgen dat te leren op onze scholen. Dat is de reden waarom we zo achterdochtig, kwaad of wat dan ook naar mensen kijken omdat ze vrezen voor wat jullie zouden kunnen doen. Niet elke elf gedraagt zich zo maar dat is dus de reden waarom wij elfen jullie ontwijken, of in dit geval jou.

Wij mogen jullie niet echt maar ik denk dat jij dat al wel weet. Ik heb trouwens geen problemen met mensen hoor' voegde hij er snel aan toe. 'Dat had ik al in de gaten ja' en ik gaf hem een glimlach. 'Bedankt voor het vertellen, nu weet ik in ieder geval een beetje wat de reden er achter is. Niet dat het de starende of woedende blikken verhelpt maar goed'.

'Het zijn merendeel de ouderen die zo zullen kijken, toen wij terug kwamen van onze tocht en van jullie hadden verteld waren er een hoop nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar hoe jullie waren en of jullie hetzelfde gedroegen als wat de mensen toen hadden gedaan.

Andere WereldLees dit verhaal GRATIS!