hoofdstuk 36

876 24 7

Dean:

Rennend door het donker. Ik kan niks zien. Tastend langs muren beweeg ik me voort. Ik moet blijven rennen. Rennen herhaalt zich wel duizend keer door mijn hoofd. Ik weet niet waarom ik ren. Waarom ren ik? Hoe krijg ik mijn hoofd leeg? Nou, niet. Dus blijf ik maar rennen.  Tot ik tegen iets aanbots. Tot mijn lijf niet meer wil. Tot ik niet meer wil. Tot ik niet meer kan. ' Je kan me niet ontvluchten Dean...' Hoor ik een plagerige stem achter me. Rennen. Blijven rennen. Mijn vingers schaven langs de harde,koude muren. Geen idee wie ik ontvlucht, of waarom. ' Je kan je lot niet ontlopen...' Weer dezelfde plagerige stem datKnipperd kijk ik er naar. Maar het is niet meer dan een lichtje. ' Dean...' Weer die plagerige stem. Die me automatisch harder laat rennen. Dan na al dat rennen, stop ik opeens. Mijn gedachten niet. Ik kan alleen mijn eigen gedachten horen. ' Rennen. Rennen Dean. Rennen.' Over en over. Mijn hoe graag ik ook wil rennen, ik kan het niet. Alles in mij protesteert. Ik kan niet voor altijd blijven rennen. Maar mijn gedachten denken er anders over. ' Rennen Deaannnnn.' Een zeurderige stem die me begint te irriteren. ' Stop met rennen!' Schreeuw ik naar mijn gedachten. Ze zijn stil. Het is helemaal stil. Opeens voor me gaat een licht aan. e vastgenageld aan de grond. Maar ik krijg mijn lichaam zover om me om te draaien. ' Eindelijk.' Hoor ik haar zeggen. Ik kijk haar aan. Ik ken haar. Het meisje dat ik als laatste gedood heb. Haar keel zit onder het bloed, en haar witte hemd ook. ' Waarom rende je nog zo lang door? Alsof het zin had.' Zegt ze mopperend. Ik geef geen antwoord. Nou, alleen in mijn gedachten. Maar die worden spreek ik niet hard op uit. Die woorden zullen nooit over mijn lippen rollen. Ze kijkt me aan. ' Zeg, dat je me gedood hebt is 1, en dan ga je me ook nog eens negeren.' Zegt ze bitter. Wat wil ze van me? Nog iets wat er nooit uit zal komen. Denk ik. ' Wat wil je nou van me?' Rolt er opeens uit. Ik houd mijn verbazing verborgen. Ze kijkt me aan, en zet een paar stappen mijn kant op. ' Wil je soms nog een hapje? Neem maar gerust hoor, het kan toch geen kwaad meer.' Zei ze terwijl ze met haar nek tegen me aandrong. Ik rook de geur van bloed. Vers bloed. Maar dat kon niet. Ze probeert me gek te maken. ' Kom op, watje.' Siste ze nu. Ik voelde hoe mijn tanden groeide, en hoe mijn ogen rood werden. Hoe mijn aderen opzwellen.  Ze smeerde het bloed van haar over haar vingers en bracht ze naar mijn mond. ' Ik beloof dat je het heel lekker zou vinden.' Zegt ze verleidelijk. Het bloed op mijn lippen werd te veel. Ik greep haar vast en zetten mijn tanden in haar nek. Ik zoog alles, echt alles naar binnen. Maar ze leek maar niet neer te vallen. ' Ja.. Geniet er maar van Dean.. Zolang het  nog kan..' Mompelt ze.

Ik open mijn ogen, en schiet overeind. Ik voel bezweet aan. Godverdomme. Wat wil zij? Dit is nou al de vijfde keer dat ik over haar droom. En de dromen worden steeds erger. Kwellender.

Ik loop naar de badkamer en gooi wat water in mijn gezicht. Ik moet me niet gek laten maken. Dat wil ik niet.

Na gister ben ik maar vroeg gaan slapen. Het liefst wil ik er niet aan denken. Chloé... een wolf. Ik weet niet eens hoe ze eruit ziet als wolf. Waarschijnlijk stinkt ze, en wilt ze niks meer met mij te maken hebben.

En ik maar denken dat alles goed komt. Dat ik het kom verkomen dat ze wolf werd.

Ik pak mijn jas en sluit de deur.

' Waar ga jij naar toe?' Hoor ik Declan vragen. Ik kijk op. Wat moet ik zeggen? Hij is een paar weken naar Europa geweest voor familie. Hij heeft te veel gemist. Ik span mijn kaak aan.

' Naar Chloé.' Zeg ik. Ik lieg tenminste niet. Ik ga recht staan en kijk hem aan.

' Hoe was Europa?' Vraag ik ontwijkend. Ik wil eigenlijk niet eens een antwoord. Het kan me geen ene ruk schelen. Hij wil zijn familie altijd zo goed onderhouden. Van mij mogen ze allemaal dood neervallen.

' Leuk.' Zegt hij kort af.

' Ik zie je vanavond wel, denk ik.' Zeg ik terwijl ik hem voorbij loop. Hij legt zijn hand op mijn schouder.

What are you?!Lees dit verhaal GRATIS!