Est - Ik ben toch geen baby

27 0 0
                                    


Ik voel me opgelucht als ik de eerste trek van m'n sigaret neem. De hele weg hier naartoe dacht ik eraan. Een flinke hijs nemen. Het pakje prikte bijna in m'n jaszak. Ik vraag me inmiddels af of de slof die ik mee heb, genoeg is voor de hele week. Waarschijnlijk niet, als ik constant met m'n pa en ma opgescheept zit. Ik word helemaal gek van die zenuwen. Heeft ma zelf wel door hoe vaak ze nu heeft gezegd dat ze zo'n zin heeft in deze week? Alsof we nog nooit met iedereen zijn weggeweest. Dat doen we toch elk jaar? Behalve vorig jaar dan, maar toen zat niemand erop te wachten.
Ik ben meteen naar de speeltuin gelopen. Een gewoonte denk ik. Daar zaten we altijd. En daar kan ik tenminste alleen zijn zonder gezeik.
"Est, maak je zelf je bed op?" riep ma me nog na toen ik wegliep, nadat de auto was geparkeerd.
"Ja ja," antwoordde ik en liep het pad af. Rechtsaf en na een poosje bereikte ik een grasveld met een basketbal- en voetbalveld, klimrek, glijbanen en schommels. Ik ben op een schommel gaan zitten. Voor het eerst voel ik me er te groot voor. De kettingen aan weerszijden van het zitje drukken tegen m'n heupen aan en ik kan m'n benen alleen strekken als ik de schommel schuin naar achteren duw.
Er spelen wat kleine kinderen en ik krijg boze blikken van ouders. Ze kunnen de pot op. Alsof ze zelf niet roken. Of drinken. En dan maar vinden dat ik het goede voorbeeld moet geven. Ik ben hun toch niets verschuldigd?
Ik tik de as van m'n sigaret op de grond, stamp het fijn en meng het met het zand onder de schommel. Dan zitten die kleintjes er tenminste niet meteen met hun fikken aan. Want dat vind ik zelf ook vies. Daarom gooi ik m'n peuk ook in de vuilnisbak als die op is.
Ik weet niet hoe ik deze week moet doorkomen. Pa en ma vonden het niet nodig dat ik games meenam. "Er is genoeg te doen en je hebt je vrienden om mee te spelen," was hun reactie.
Spelen. Alsof ik nu nog steeds wil spelen. Ik ben toch geen baby meer. En ik kan ook al niet in de kroeg zitten. Althans, niet in m'n eigen stamkroeg. Daar zit ik vaak in het weekend en soms ook door de week als ik geen zin heb in een les. Arnoud en Harry zitten daar meestal ook. Harry is zelfs helemaal gestopt met school. Hij werkt bij een tuincentrum. Onbegrijpelijk. School is kut, maar een tuincentrum is niet veel beter. Hij zegt dat hij het leuk vindt om met planten te werken.
"Wietplanten zeker," zei ik een keer. Maar hij schudde serieus z'n hoofd. Volgens mij vindt hij planten echt leuk. Hij zei van de week ineens dat hij hovenier wil worden. Ik moest het woord opzoeken. Iemand die tuinen aanlegt. Belachelijk, dacht ik eerst. Maar misschien is het best wel chill om gewoon met je handen bezig te zijn. Soms zou ik dat ook wel willen. Maar pa roept altijd dat er veel meer geld zit in consultancy. En dat ik de hersens heb om iets met economie te doen of Bedrijfskunde te studeren. Terwijl hij zelf altijd filmregisseur wilde worden. En nu gewoon ambtenaar is. Wat dat ook mag zijn.
Ik kijk op en zie in de verte een gestalte mijn richting uit lopen. Ik denk hem te herkennen, maar hij is veel langer dan ik me herinner. Toch heeft hij hetzelfde loopje. Een beetje ineen gedoken met z'n schouders naar voren. Alsof ie altijd schuilt voor een enorme hoosbui. En ligt het nou aan de zon of is z'n haar blauw uitgeslagen?
Als hij dichterbij komt weet ik het zeker. Het is Pelle. Waarschijnlijk ziet hij me kijken, want hij trekt de muts van z'n hoodie over z'n hoofd. We knikken naar elkaar en als hij me nadert, geven we elkaar een boks.
"Whassup," zeg ik.
Pelle knikt. "Hoe gaat het?"
Ook van dichtbij is z'n haar blauw. Ik wijs ernaar. "Wat is er gebeurd?"
Pelle wurmt zich op de andere schommel. Voor hem lijkt die bijna nog krapper. Hij glimlacht naar me. "Misschien passen we beter op de wipwap."
Ik glimlach half terug. Het is tenslotte Pelle. "Zie je ons al zitten, twee reuzen op zo'n miniatuurding."
Pelle steekt z'n handen in z'n zakken, kijkt naar de grond en duwt z'n schoenen op en neer in het zand.
"Whatskeburt?" vraag ik en gebaar weer naar z'n haar, terwijl ik een nieuwe sigaret pak.
"Oh ja. Een soort van cosplay," antwoordt Pelle.
Geen idee wat hij bedoelt. Pelle was altijd al een vreemde gast.
"Een Comic Con Event," zegt hij vervolgens. Misschien wel als antwoord op m'n verbaasde blik. "Daar was ik laatst. Iedereen ging verkleed. Cosplay heet dat. Als je favoriete comic figuur. Maar dat vond ik teveel gedoe."
"Dus heb je je haar maar blauw geverfd?"
Pelle loopt rood aan. "Het had eigenlijk groen moeten zijn. Maar mijn haar kleurde blauw."
"Maar je favoriete figuur had eigenlijk groen haar?"
Pelle knikt.
Ik grinnik en Pelle grinnikt mee. Net wat voor hem. Zoals die keer dat hij had bedacht dat hij ook een topvoetballer kon worden, omdat hij twee doelpunten had gescoord. Maar was vergeten dat die allebei in eigen doel waren. Pelle is nooit zo'n sporter geweest.
"Comic Con," herhaal ik. Dat was nou typisch zo'n moment geweest dat sinds vorig jaar niet meer hetzelfde is. Ongemakkelijk. Of eenzaam zelfs.
"Met wie was je?" vraag ik.
Pelle haalt zijn schouders op. "Een paar bekenden van school."
"Vrienden?"
"Soort van. Bekenden eerder," antwoordt Pelle schouderophalend en kijkt me voor het eerst aan sinds hij op de schommel zit. Zijn blik staat een beetje triest.
Ik knik. Ik ken het wel. Sinds vorig jaar is iedereen meer een bekende dan een vriend.

Wat wij niet zagenWaar verhalen leven. Ontdek nu