Hoofdstuk 1.

32 1 1

Hoofdstuk 1

 

Hij is er.

Ik kijk schichtig om me heen, zoekend naar een schuilplaats. Zo stil als ik kan, gooi ik mijn StarWars dekbed van me af, en verschuil me onder mijn bureau. Ik maak me zo klein mogelijk en probeer mijn onregelmatige ademhaling te bedwingen. Mijn hart slaat tegen mijn ribben aan, zo hard dat ik bang ben dat hij het zelfs kan horen.

Ik druk mijn handen tegen mijn oren aan wanneer ik het angstige geluid hoor van laarzen die de trap oplopen. Ik onderdruk een snik en slik de brok in mijn keel door. Hij komt steeds dichter bij mijn kamer. Recht voor mijn deur stopt hij. Ik hoor zijn hijgende adem en ruik al zijn dure Chanel aftershave van de drie meter afstand die ons overbrugt. De tranen schieten me in de ogen.

“Oh, jongen van me. Papa is thuis.” Zegt zijn oh-zo-bekende bromstem terwijl hij de deur open gooit. Met een knal doet hij mijn deur dicht. Ik besef dat ik gevangen ben. Mijn nekharen gaan rechtovereind staan. De adrenaline stroomt door mijn lijf. Ik voel hoe mijn benen in pudding veranderen, terwijl ze normaal zo snel als de wind zijn. Ik houd mijn adem in, voel mijn longen schreeuwen om lucht. Ik zie zijn schoenen door mijn kamer lopen. Het getik van de leer-bruine hak van zijn schoen, die bij elke stap klikt op mijn houten vloer. Hij legt mijn StarWars deken op de grond, om te kijken of ik op mijn bed lig. Ik hoop zo dat hij me niet vind. Hij stapt over het deken heen en loopt naar mijn kast. Het gezicht van Luke Skywalker kijkt me verkreukeld en verpletterd aan. Mijn kastdeur piept wanneer hij deze op doet. Ik hoor hoe hij een paar kledinghangers opzij schuift.

“Mannetje van me? Waar ben je?” Hijgt hij. “Je weet toch wel dat je niet kan vluchten.”

 Voordat ik het weet buigt hij zich onder mijn bureau, en kijkt me aan. Zijn koude grijze ogen staren gevaarlijk in de mijne. Hij pakt me bij mijn arm en rukt me onder het bureau vandaan. Ik stoot mijn hoofd tegen de bovenkant van het bureau en schreeuw het uit. Een warm, brandend gevoel bonst op de plek waar ik het stootte, waardoor ik weet dat het bloed.

Hij krult zijn enorme handen om mijn schouders heen, en rammelt me doorelkaar.

“Oh, kijk nou, het is weer dinsdag!” Hij buigt zich voorover en fluistert in mijn oor. “Mama is niet thuis. Tijd voor papatijd.” Ik moet bijna kokhalzen van de vieze geur die uit zijn mond komt. Het is mengsel van sigaretten en sterke drank.

“Papa, alstublie-” Voordat ik uitgesproken ben, plant hij zijn reusachtige vuist in mijn maag. Ik klap voorover en hap naar adem. Hij tilt me aan mijn schouders op, waarna hij me ruw op de grond duwt. Duisternis omhult mijn zicht. Beverig probeer ik op te staan, terwijl mijn zicht met vlekken terugkeert, en probeer recht te staan. Mijn vader lacht me uit, en patst met vlakke hand op mijn wang. Mijn nek kraakt van de kracht achter de slag. Ik schreeuw het uit, en grijp naar mijn wang. De tranen glijden over mijn wangen, stromen als een zoute waterval in mijn mond terwijl ik afwacht op de volgende klap. Papa geeft me meestal vijftien klappen, nog twaalf te gaan. Ik kijk naar de deur achter zijn dikke lichaam en hoop fladdert in me op.

“Oh, nee.” Snauwt Papa. Hij gaat voor de deur staan en kijkt me link aan. Een scheve grijns komt op zijn gezicht. Hij kijkt lovend naar mijn bebloede hoofd. Ik raak in paniek en zoek naar een andere uitgang.

“Papa.” Snik ik. Ik verberg mijn hoofd in mijn handen en leun op mijn benen. Mijn lichaam doet gewoon zoveel pijn. Mijn hoofd lijkt een bom te zijn, op het punt om te ontploffen.

“Papa, papa, papa, alstublieft, papa.” Snik ik harder, en ik begin zijn naam te brullen. Met snelle stappen loopt hij op me af. Hij trapt tegen mijn in elkaar geslagen lichaam in.

“Als jij er niet was geweest!” Schampert hij en trapt nog een keer. De klapt perst alle adem uit mijn lichaam, en alles wordt weer voor een seconde zwart. “Alles zou beter zijn geweest. Je bent de ondergang van je eigen moeder, van je eigen vader. Je bent niks waard!”

Hij haalt uit naar mijn gezicht. De onverwachte klap duwt me weer op de grond. De bom, aka mijn hoofd, is afgegaan en felle pijnscheuten schieten door mijn hersencellen heen. Een piepend alarm gaat af in mijn hoofd. Alles wordt zwart, en dan weer licht. Ik schreeuw het uit.

Ik voel hoe zijn nagels over mijn borstbeen schrapen. “Jij..” Hij lijkt voor woorden te zoeken. “Duivel!” Arrogantie, haat en minachting druipen van het woord af. Hij pakt me op, gooit me op het bed, en slaat me dan voor de 23e keer.

23. Niet 15. Dit is niet gebruikelijk. Ik krijs het uit als hij in mijn knie knijpt. Zo hard, dat ik het bot hoor breken.

Oh, laat me doodgaan. Alstublieft. Ik bid tot de enige god die ik ken, mijn moeder. Ik bid dat ze thuis komt van haar etentje en me red.

“Papa.” Schreeuw ik weer uit. Hij slaat met zijn vuist op mijn neus. Het bloed gutst eruit. Ik zie alleen nog maar mijn eigen bloed.

“Duivel!” Schreeuwt mijn vader nogmaals uit. Hij grijpt naar mijn hoofdkussen en drukt het op mijn gezicht. Ik probeer adem te halen maar zijn grip op het kussen is te sterk. Ik probeer te schreeuwen, maar niemand hoort de verstomde kreten. Op dat moment ben ik niemand.

Een klein hoopje ellende van negen jaar, in elkaar geslagen door zijn vader.

Terwijl mijn longen nog schreeuwen naar adem, mijn mond schreeuwt om hulp, mijn handen vechten tegen de armen die het kussen tegen me aandrukken, sluit ik mijn ogen en laat de duisternis me overnemen. 

Tutor MeLees dit verhaal GRATIS!