Vorige Pagina of 2Volgende pagina

Van leraar op leerling op leerling (Grijze Jager Fan-fic)(Boek 1)

spinner.gif

Hoofdstuk 1

 

Terwijl ik met mijn ene arm naar een pijl reikte hield ik met mijn andere arm mijn boog vast. Ik reageerde op een beweging in het struikgewas. Het kon natuurlijk gewoon een konijntje zijn, maar ik nam liever het zekere voor het onzekere. Ik had gelijk. Uit het bosje kwam een bruin konijntje gehupst. Ik liet mijn pijl en boog zakken en keek weg. Meteen draaide ik me weer om naar het bosje, om te zien dat iemand opstond. Ik keek hem nog een keer aan. Opeens zag ik iets op zijn witte tuniek. Er stond een grote hoofdletter G op. Dat kon maar een ding betekenen. De Gorlons. Die naam sloeg trouwens nergens op, maar hij was toch erg angstaanjagend.  Ik keek naar zijn gezicht. Het was HEM. Opeens voelde ik een klap en alle lucht werd uit mijn longen gezogen. Ik hapte naar adem en deed mijn ogen open. Ik keek om me heen. Ik was uit een boom gevallen, zag ik nu. Ik foeterde mezelf uit in mijn hoofd. Wie valt er dan ook in slaap in een boom zonder zichzelf goed vast te zetten? Ik klom weer in de boom om mijn spullen in te pakken. De slaapzak lag gelukkig nogsteeds opgerold in mijn rugzak. Dat betekende dat zo’n beetje alles er wel inzat. Ik controleerde of dat het geval was. Opeens merkte ik dat ik mijn katapult kwijt was. Die moest dus op de grond liggen, want die had ik altijd aan mijn riem hangen. Slapend of wakker, op de vlucht of op zoek. Ik sprong dus maar weer uit de boom en zocht de katapult. ‘Zoek je deze soms?’ zei een stem voor me. Ik keek op. Daar stond, vaag afgetekend tegen een boom, een grijze jager. Met mijn katapult.

‘Eigenlijk wel ja’ zei ik. Hij bewoog een beetje. Een seconde daarna realiseerde ik me dat hij hem naar me gooide. Ik ving hem makkelijk op. Ik bevestigde hem weer aan mijn riem en sprong weer in de boom om al mijn spullen op te ruimen. ‘Moet jij niet thuis zijn op dit moment?’ vroeg de jager. ‘Nee’ zei ik met een kleine brok in mijn keel. ‘Ik heb geen thuis’ ‘Tuurlijk heb je wel een thuis’ zei de jager. ‘Nee, echt niet’ zei ik. ‘Oké dan’ zei hij. ‘Hoe heet je?’ die vraag had ik niet verwacht. ‘Allison’ zei ik. Hij knikte. Toen deed  hij een paar stappen naar voren en kon ik zien tegen wie ik praatte. Ik herkende hem meteen. ‘Will Verdrag’ zei ik. Hij trok een wenkbrauw op. ‘Ik dacht dat ik zo hete?’ zei hij sarcastisch. Ik vermande mezelf. Of moet je vervrouwde zeggen? ‘Is ook zo’ zei ik. ‘Wow, slimme jij’ zei hij sceptisch. ‘Kun je opschieten? Ik moet ervandoor’ zei ik. ‘Waarheen?’ vroeg Will. Ik haalde mijn schouders op. ‘Ik ben alleen en ik moet eten. Zo zit de natuur in elkaar. Ik jaag wat en verkoop het. Ik verdien geld om mezelf in leven te houden’ zei ik. ‘Aha’ zei hij alleen maar. Hij keek opeens geïnteresseerd naar mijn boog die ik vastgebonden had op mijn rugzak. ‘Boogschutter?’ vroeg hij. Ik knikte. ‘Boogschieten is een van de dingen die ik wel kan’ zei ik terwijl ik mijn schouders weer eens ophaalde. ‘Maar nu moet ik er echt vandoor’ zei ik terwijl ik mijn rugzak over mijn rug zwaaide, precies boven op mijn pijlenkoker. Zonder iets te zeggen sprong ik naar de volgende boom. Met een volgende sprong hing ik aan een tak en zo zwaaide ik van boom naar boom.

Terwijl ik daar zo aan het slingeren was, dacht ik na. Waar sloeg dat gesprek op? Ik vond het maar vaag. Als een van de weinigen in dit land was ik niet bang voor de grijze jagers. In tegendeel, ik vond ze zelfs erg aardig. Maar dat was voordat het gebeurde. Dat was voordat mijn leven zo drastisch veranderde. Ik schudde mijn hoofd. Daar moest ik niet aan denken nu. Daarom slingerde ik maar weer verder. Alsmaar verder. Toen kwam ik uit bij een dorpje. Ik haalde mijn kaart uit mijn rugzak en zag dat het Wensley heette. Ik had het eigenlijk niet eens hoeven op te zoeken. Dit was vlak bij de plek waar ik had gewoond. Ik liep het dorpje in en keek om me heen. Iedereen was aan het werk. Iedereen, behalve ik. Dat was niet waar, ik was altijd aan het werk. Op zoek en op de vlucht, en aan het onderzoeken aan wie ik mijn vlees het beste kon verkopen, natuurlijk. Na een paar minuten was ik alweer door het dorpje heen gewandeld. En ik wist precies waar ik heen moest. Ik ging over de brug naar het kasteel. Maar in plaats van recht door te gaan, naar de ophaalbrug, sloeg ik linksaf. Ik bedoel, nog meer links dan de weg naar het kasteel. Ik liep langs de oever van de rivier de Tarbus. Daar stond een groepje bomen. Ik zocht het paadje en liep tussen de bomen door. Even later kwam ik uit op een open plek. Op de open plek stond een huisje. Nou, het was een best flink huis. Een blokhut met een verdieping erboven op. En terwijl ik dat zo bekeek, zag ik opeens 4 mannen uit het huis komen, bepakt met juten zakken.

Vorige Pagina of 2Volgende pagina

Reacties & recensies (24)

Login or Facebook Sign in with Twitter


library_icon_grey.png Toevoegen share_icon_grey.png Share

Wie lezen dit ook

Aanbevolen